26 maart 2019
imgHeader BVT Gezelschapsdieren
imgHeader BVT Landbouwhuisdieren

Diagnostica

Diagnostica > Kat > Speed FeLV

Speed FeLV

BVT Speed range Infecties met het Feline Leukemie Virus (FeLV) veroorzaken een grote variatie aan weinig specifieke symptomen. De differentiële diagnoses omvatten FIV en feline coronavirus. Voor het stellen van de definitieve diagnose is daarom laboratoriumonderzoek nodig.2

Regelmatige controle van katten die geïnfecteerd zijn met FeLV wordt beschouwd als de gouden standaard voor het bestrijden van deze virussen. De prevalentie van FeLV is echter nog altijd hoog (20%) in risicopopulaties, zoals ongecastreerde katten en katten die in groepshuisvesting leven met een hoge populatiedichtheid, waardoor de overdracht van het virus wordt bevorderd (vechten, delen van voerbakjes, bevuilde kattenbak, etc.).3

Door de detectie van oplosbare virale antigenen kan de status van een dier worden vastgesteld, zelfs wanneer er een lage virusload in het bloed aanwezig is (vroeg infectiestadium, voorbijgaande viremie, gesekwestreerde infectie).

Voordelen

  • De technologie van Speed FeLV op basis van de detectie van oplosbare virale FeLV-antigenen bij katten heeft een hoge sensitiviteit die wordt erkend door deskundigen.1
  • Speed FeLV interfereert niet met vaccin gerelateerde of maternale antistoffen. Het kan gebruikt worden vanaf zeer jonge leeftijd.
  • Snel en eenvoudig, de Speed FeLV test bestaat uit één stap die in slechts 15 minuten kan worden uitgevoerd in de dierenartsenpraktijk.
  • Speed FeLV is zeer stabiel en kan gedurende 24 maanden worden bewaard bij kamertemperatuur, tussen de 2 °C en 30 °C.

1. HARTMANN K. and al. – Quality of different in-clinic test systems for feline immunodeficiency virus and leukaemia virus infection. J. Fel. Med. Surg., 2007 ; 9 : 439 – 445.
2. LUTZ H. and al. – Feline Leukaemia ABCD Guidelines on prevention and management. J. Fel. Med. Surg., 2009 ; 11: 565 – 574.
3. LEVY J. and al. - 2008 American Association of Feline Practitionners feline retrovirus management guidelines. J. Fel. Med. Surg., 2008 ; 10 : 300 – 316.
4. CHABANNE L. and al. – Comment et quand effectuer le dépistage des rétroviroses félines. Le Nouveau Praticien Vétérinaire, 2006 ; 452 – 454.
5. CACHON T. and al. - Epidémiologie, pathogénie et symptômes de la PIF. Point Vétérinaire, 2005 ; 254 : 18 - 21.